Ik heb een kuil gegraven
Ik heb een kuil gegraven.
Een grote, diepe kuil.
In mijn armen heb ik je er heen gedragen
En zacht heb ik je neergelegd.
In mijn hart heb ik woorden gesproken,
Die mijn mond nooit tegen een mens hebben gezegd.
De herinnering aan je jonge jaren,
Aan alles wat je deed voor mij.
De zachte glans van je gele haren,
Je zachte aard, zo trouw en toch zo vrij.
’t Begrip in je trouwe hondenogen.
Je grote bereidheid alles voor mij te doen,
Wat lag in jouw vermogen.
Uit dank, een lik op mijn hand, als zoen.
Maar je werd oud, en stram,

